
Sinds 1997 komt de eikenprocessievlinder (Thaumetopoea processionea) opnieuw massaal voor in ons land. Vooral op laanbomen van zomereiken, maar ook op Amerikaanse eik en moeraseik, worden de typische nesten aangetroffen waarin de rupsen zich ophouden. Vraat aan bosbomen wordt minder frequent vastgesteld, maar is niet onbestaand. Meestal blijft de vraatschade beperkt en zijn de gevolgen voor de getroffen bomen gering. De rupsen zijn echter berucht vanwege hun brandharen die hevige huidirritaties kunnen veroorzaken, waardoor ze ernstig ongemak geven aan omwonenden en recreanten.